Sport als risico voor de gezondheid?!

© Jan Blaauw

Sportmassage 1993

Ervaringen met sporters enerzijds en sportverzorging, orthomoleculaire voeding (geneeskunde) en natuurgeneeskunde anderzijds.
De auteur van deze tekst heeft een opleiding sportmassage/sportverzorging gevolgd in 1982/83. Is vanaf 1983 lid van het N.G.S. Heeft veel ervaring opgedaan bij een korfbalselectie en individuele sporters (triatlon etc.). Verder actief deelgenomen aan de cursus ‘Wetenschappelijke sportbegeleiding van 1984 tot 1988 bij de Stichting voor interdisciplinair sportonderwijs en onderzoek (SERVO-sport internationaal).

SPORTEN IS ZO GEZOND NOG NIET
Door de jaren heen blijken veel mensen waar ik mee in contact kwam niet zo gezond te zijn, ondanks het sporten. De een liep bij de huisarts voor een regelmatige infectie/allergie/ademhalingsproblemen/maagdarmziekte enz., de ander bij een specialist voor dezelfde aandoeningen. Dit heeft me aan het denken gezet. Natuurlijk kun je niet botweg stellen dat sporten op zich een negatieve factor is ten aanzien van de gezondheid. Wel is gebleken dat sporten op zich meer belastingen met zich mee brengt, naast natuurlijk de positieve ervaringsfeiten.

Nú belangrijke tweede factor van het niet kunnen sporten
Het feit dat sporters naast hoofdoorzaak nummer één (sportblessures) het sporten (al dan niet voor korte of langere tijd) moeten opgeven, blijkt er nu een tweede belangrijke factor aan te wijzen voor het sportverzuim (infecties). Deze tweede belangrijke factor behelst voor mij het voorkomen van infectiegevoeligheid.

Oorzaken van een verhoogde infectiegevoeligheid in relatie tot sportbeoefening:

  • door verhoogde slijmhuid-doorlaatbaarheid
  • slechte eetgewoonten of éénzijdige eetgewoonten onder sporter
  • onderkoeling/oververhitting (dit laatste b.v. bij marathonlopers in een te hoge temperatuur in combinatie met een slechte vochthuishouding)
  • regelmatig terugkerende maag-, darmproblematiek waarop niet adequaat is gereageerd
  • negatieve stress (door sporten en/of werk, sociale omstandigheden, enz.)
  • allergieën (op zich staand of veroorzaakt door infectiegevoeligheid)
  • verhoogde productie van zuurstofradicalen.

Met name dit laatste wil ik graag wat verduidelijken.

Vrije radicalen
Langdurig sterk verhoogde lichamelijke inspanning (dit is een rekbaar begrip, want dit kan opgaan voor een recreatiesporter, een amateursporter of een (sub)topsporter) zorgt voor een verhoogde stofwisseling. Speciaal in die gebieden die het eerste worden aangezet hiertoe, nl. het hart/long gebied.
Door een toename van zuurstof in de cellen gaat de zuurstof een verbinding aan met een ander molecuul en er ontstaat oxidatie. Zuurstof is een belangrijke bron van vrije radicalen.
In tegenstelling tot het schrille kontrast dat we zonder zuurstof niet kunnen leven. Maar zoals alle wetten streven naar een evenwicht, een symbiose, een balans, homeostase, zal ook hier een homeostase bereikt moeten worden. Dit gaat in dit geval ten koste van de vorming van vrije radicalen.

Nu hangt het van het lichaam af (of precieser gezegd: het hangt van de anti-oxidanten/ anti-oxidantenzymen af) of deze gevormde vrije radicalen kunnen worden weggevangen zodat zij geen nadelige invioed kunnen uitoefenen op het lichaam. Niet alleen zuurstof zorgt voor vrije radicalen, ook worden er vrije radicalen gevormd in:

  • de energiestofwisseling
  • gevolgen oxidatie van vetzuren (met name de verzadigde vetzuren of de verhitte plantaardigde vetzuren)
  • gevolgen enzymatische reacties
  • gevolgen straling (milieu, zonnebank, t v. halogeenlampen, zon, kernenergie, röntgenstraling, microgolven, tl-buizen, enz.); – luchtvervuiling
  • roken
  • voedingsvervuiling (nitraat, bestrijdingsmiddelen, additieven, etc.)
  • alcohol
  • (zware) fysieke inspanning; – psychische stress
  • suikers en geraffineerde producten
  • anesthesie en chirurgisch ingrijpen.

Vele ziektebeelden zijn als oorzaak of gevolg van de vrije radicalen pathologisch aan te wijzen. (Een goed boek hierover, dat ik iedereen kan aanbevelen is: ‘Vrije radicalen, schakels tussen voeding en ziekte’ door R.A. Nieuwenhuis en uitgegeven door Orthos Media).

Bij (top) sporters kan de vorming van vrije radicalen veroorzaakt worden door:

  • verhoging van de zuurstofconsumptie
  • verhoogde productie van melkzuur
  • intervaltraining (door ischemie en re-oxygenase)
  • niet aanvullen van voor een sporter belangrijke voedingssupplementen
  • eiwit-afbraak door zware inspanning
  • blessures en traumata aan weefsels
  • verhoogde inademing van milieuvervuiling (koolmonoxide, stikstofdioxide, hoge concentraties ozon, platina (schadelijke uitstoot door auto-katalysatoren).

Zelfs nu nog bestaat er een aversie tegen voedingssupplementen. Zelfs sportartsen, trainers, coaches zien hier vaak het nut niet van in. Er komt steeds meer wetenschappelijk onderzoek naar de waarde van voeding (-saanvullingen) en sport.
Een aantal belangrijke preventieve maatregelen zou iedere sporter geen kwaad doen, eerder goed doen.

Verantwoord sporten
Menigmaal wordt mij de vraag gesteld, hoe iemand verantwoord kan sporten. Uiteraard komen dan de voor een sportmasseur belangrijke adviezen aan bod, zoals: goede kleding, warming-up, verantwoorde training/wedstrijd, coolingdown, opbouwend trainen, massages, preventieve bandages, enz., enz.

Een ander belangrijk aspect vind ik hier de voeding.
DE UITDRUKKING: ‘HOE KAN JE NU TRAINEN ALS EEN PROFESSIONAL, MAAR ETEN ALS EEN AMATEUR’, IS HIER VEEL ZEGGEND.

Hoe kun je je zelf wapenen tegen een verhoogde radicaal-vorming?
Eigenlijk heel simpel, je moet zorgen voor een verantwoorde en uitgebalanceerde samenstelling van die stoffen, die vrije radicalen bestrijdend zijn.
De stoffen die hiervoor in aanmerking komen, zijn:

  • multi vitamen/mineralen preparaat;
  • extra stoffen als:  beta caroteen, vitamine C, vitamine E, seleno-methionine, l-glutathion, l-cysteine, l-glutaminezuur, l-glycine.

Fagocytose
Onder fagocytose verstaan we het proces waarbij een afweercel tot vernietiging overgaat van lichaamsvreemde cellen en organismen (antigenen). Dit proces kan alleen goed verlopen als er voldoende specifieke anti-oxidanten aanwezig zijn. Bij prestatiesporters, is uit onderzoek gebleken, werd bij bijna I op de 2 (48%) een verlaagde Iysozym-waarde gevonden, als referentie naar een suppressie (= onderdrukking) van de fagocytose.

Antistoffen en T-lymfocyten
Uit onderzoek is komen vast te staan dat na trainingen en wedstrijden bij veel sporten er een verlaagde antistofwaarde in het bloed is te constateren. Dit is geen blijvend fenomeen, maar herstelt zich geleidelijk na enige uren. Bij de éen zal dit sneller gaan dan bij de ander, onder invloed van voldoende werkzame biologische stoffen (vitaminen, mineralen, enzymen, enz.), endogene factoren (stress, de psyche, het milieu, het klimaat, traumata, voeding, voedingssupplementen, medicijnen, genotsmiddelen), enz..
Door deze verlaagde antistofwaarde bestaat de kans dat het immuunsysteem wordt aangevallen door b.v. bacteriën die hun kans schoon zien. Een verhoogde infectiegevoeligheid dus.

Verder is vast komen te staan dat sporters die een tonsillectomie (verwijdering van de amandelen) hebben ondergaan, significant een verlaagde immuunglobuline A hadden. Dit immuunglobuline wordt gevormd door de slijmvliezen (grofweg gezegd: een verhoogde kans op problemen met die gebieden die voorzien zijn van slijmvliezen en met name het bronchopulmonaal gebied).
De sterkste onderdrukking van het immuunsysteem betreft de cellulaire afweer, door daling van het aantal immuuncellen, namelijk de T-helpercellen, en de T-lymfocyten.
Deze waarden komen zowel voor bij de vrije-tijds-sporter als bij prestatiesporters. Ook dit leidt tot een verhoogd infectiegevaar voor de sporter.

Ondersteunen van het immuunsysteem
Het is heel belangrijk, zeker als er een verband bestaat met klachten voortkomend uit een verzwakt immuunsysteem, om ervoor te zorgen dat dit systeem goed wordt onderhouden. Natuurlijk moet dit in eerste instantie uit de normale voeding komen.
Maar helaas zie ik maar al te vaak dat dit een gevecht tegen de bierkaai kan zijn als er teveel relatieve tekorten in het lichaam aanwezig zijn. Ondersteuning met voedingssupplementen is dan de enige afdoende oplossing. Specifiek kan de aandacht gevestigd worden op het ondersteunen en verbeteren van:

  • anti-virus gesteldheid;
  • anti-bacteriële gesteldheid; – lymfocytenkwantiteit;
  • lymfocytencompetentie; – T- en B-cel differentiatie;
  • kwantiteit en werking van de immuunglobulinen.

Deze aanpak vergt een bredere kijk op de orthomoleculaire geneeskunde en wil ik hier buiten beschouwing laten.

STOFFEN DIE HET IMMUUNSYSTEEM KUNNEN VERSTERKEN EN UITBALANCEREN ZIJN O.A.:

  • thymus concentraat
  • vitamine C
  • rutine
  • vitamine E
  • zink citraat
  • seleno-methionine
  • pyridoxaal – 5 – fosfaat
  • taurine
  • gamma linoleenzuur.

Resume
Sporten is over het algemeen een gezonde bezigheid. Maar zoals uit dit artikel blijkt, zijn er zaken waar terdege rekening mee gehouden moet worden. Een verantwoorde manier van sporten begint bij ons eten.
Zonder goede en uitgebalanceerde lichaamseigen stoffen kunnen we ons hele systeem ontregelen. Zodanig dat we o.a. blessuregevoelig worden en vatbaar voor infecties. Voeding is onze dagelijkse basis-behoefte.
Gaan we rommelen in de marge (‘slecht’ sporten, slecht eten, slechte verhouding arbeid/rust, synthetische doping, medicamenten inname, enz.), dan kunnen we problemen verwachten. Afhankelijk van de sport en het klachtenpatroon is er veel te doen aan met name het voorkomen van klachten en het ontstaan van blessures, alswel het ondersteunen/verhelpen van veel voorkomende klachtenbeelden. Individuele voedingssupplementen zouden door iedere sporter gebruikt dienen te worden (al is het mede vanwege het feit dat de prestaties proefondervindelijk worden verhoogd). Natuurlijk zijn er ook verdere natuurgeneeskundige behandelingen denkbaar om een verstoord immuunsysteem te kunnen ondersteunen. Te denken hierbij valt aan homeopathie, kruidengeneeskunde, reflexologie, symbiontentherapie, enz.

Literatuur
Ricken, K.H. Dr. – Sportler und lmmunstimulation – Biologische Medizin/Jahrgang 21, april 1992 No. 2.
Nieuwenhuis, R.A. – Vrije radica/en, schakels tussen voeding en ziekte – Ortho Reeks deel 1, Orthos Media; 1992.
Blaauw J. -BETER – nr. 3, juni/juli 1992 (15)/UGN te Tilburg.